Kanna kweken

Vanwege grootschalige oogst, klimaatveranderingen en natuurlijke ziektes is Sceletium tortuosum een zeldzaamheid geworden in haar natuurlijke omgeving. Tegenwoordig wordt kanna voornamelijk in special kweekcentra, onder gecontroleerde omstandigheden, gekweekt. Om het uitsterven van deze buitengewone plant te voorkomen willen we het zelf kweken van kanna van harte aanbevelen.

Kanna is als vetplantje relatief makkelijk te onderhouden. De kweek lijkt op die van cactussen. Kanna is een meerjarige plant die ongeveer vijf jaar oud kan worden.

Kanna zaden en stekjes

Kanna kan zowel uit zaden als uit stekjes worden opgekweekt. De zaden kun je het beste losjes over de aarde verspreiden en zachtjes aandrukken. Zet ze op een warme en goed verlichte plek en zorg ervoor dat de aarde vochtig blijft totdat de zaden beginnen te ontkiemen. Let er wel op dat je niet te veel water gebruikt, anders kan het plantje gaan rotten. Het ontkiemen kan twee weken tot twee maanden duren.

Het is ook mogelijk de zaden twee dagen in een kleine kom met water te leggen. Vervolgens was je ze en druk je ze zachtjes in vochtige aarde. Gibberellinezuur kan het ontkiemproces versnellen.

De zaden van Sceletium tortuosum kunnen niet lang bewaard worden. Als je de gelukkige eigenaar bent, wacht dan niet te lang met ontkiemen.

Wees je ervan bewust dat jonge plantjes kwetsbaar zijn, vooral als ze getransporteerd worden. Plant ze altijd zo snel mogelijk. Als de planten een beetje gegroeid zijn, kun je ze makkelijk vermeerderen door stekjes te nemen. Over het algemeen zullen deze stekjes snel wortel schieten.

Kanna kweken in potten

Sceletium tortuosum kun je zowel in de volle aarde als in potten kweken. Als je gebruik maakt van potten, let er dan op dat ze een gat in de bodem hebben, in verband met een goede afwatering. Kanna heeft niet veel water nodig en te veel water is één van de meest gemaakte fouten bij het kweken van kanna. Potten van klei hebben de voorkeur boven potten van plastic, omdat ze overtollig water makkelijker afvoeren.

Kanna kweken in de volle grond

Kanna groeit van oorsprong in de droge en semi-droge streken van Zuid-Afrika. De plant doet het dus goed in relatief arme grond. Cactus- of vetplant-aarde is het meest geschikt. Sceletium tortuosum gedijt ook goed in een mix van aarde, perliet en grind.

Als je kanna buiten wilt kweken, zorg dan voor voldoende zonlicht en genoeg ruimte tussen de planten. Kanna is een kruipplant en kan in een korte tijd een behoorlijk oppervlakte bedekken. Afhankelijk van je bodemtype kun je de grond verrijken met cactusaarde of compost voordat je de kanna plant.

De ideale temperatuur en lichtcondities voor kanna

Sceletium tortuosum is gewend aan veel licht en hoge temperaturen. Een temperatuur boven de 16°C heeft de voorkeur en vorst dient te allen tijde vermeden te worden. Woon je in streek met een kouder klimaat, dan kun je de kannaplanten het beste in een kas kweken of in de winter binnen zetten.

Als je kannaplanten binnen houdt, zorgt er dan voor dat ze genoeg licht krijgen. Buiten staan ze ook het liefst op een zonnige plek. Alleen tijdens de beginfase van de groei moet je een beetje uitkijken met te fel, direct zonlicht.

Water geven

Over het algemeen heeft kanna niet veel water nodig, maar een totaal gebrek aan water kan vergroeiingen veroorzaken. Je kunt de grond het beste volledig laten uitdrogen voordat je weer water geeft. Zien de bladeren er verkreukt uit? Dit kan een teken zijn dat de plant meer water nodig heeft. Dit geldt vooral onder relatief koude omstandigheden. Als het warmer is, is enige mate van verkreukeling normaal en zegt dit niks over de behoefte aan water.

Een teveel aan water kan ervoor zorgen dat de wortels gaan rotten. Vooral in de eerste groeiperiode raden we aan met mate te bewateren. Als de wortels eenmaal goed ontwikkeld zijn, kun je langzaamaan meer water gaan geven.

Voedingsstoffen

Kanna heeft weinig voedingsstoffen nodig, dus extra plantvoeding is over het algemeen niet nodig. Vloeibare voeding kand de groei van de plant wel bevorderen. Geef het slechts een enkele keer en dan vooral tijdens de actieve groeifase van de plant.

Ziektes

Sceletium tortuosum wordt bedreigd door verschillende ziektes en plagen. Vooral jonge planten zijn hier gevoelig voor. Het grootste probleem vormen slakken en naaktslakken, die een voorkeur hebben voor de frisse, net uitgekomen blaadjes.

Ook bladluizen hebben een voorliefde voor jonge planten. Voor oudere planten zijn ze geen bedreiging. Een insecticide op zeepbasis kan helpen.

Worden de bladeren bruin en zien ze er droog uit? Dan is er wellicht sprake van spintmijt. Van dichtbij kun je witte poederachtige sporen (van de gedroogde schillen van de eitjes) observeren aan de onderkant van de bladeren, naast de centrale nerf. Met een combinatie van een insecticide op zeepbasis en een spray is het probleem meestal goed onder controle te houden.

Het kannavirus is het ergste wat er kan gebeuren, omdat hier geen remedie voor is. Het virus veroorzaakt bleekgekleurde plekken en strepen op de bladeren. In een later stadium verschrompelen de bladeren en worden de plekken roestkleurig. De plant gaat in vreemde vormen groeien. Ze kan nog wel bloeien, maar ook de bloemen zullen vervormd zijn. Als je plant met het kannavirus is geïnfecteerd, is er helaas maar één oplossing: ze zo snel mogelijk vernietigen om verspreiding van het virus te voorkomen.

Kanna door de seizoenen heen

In Zuid-Afrika krijgt de plant nieuwe bladeren in de winter. In de zomer vallen de bladeren af en krijgt de stam van de plant een skeletachtig uiterlijk. Ook in andere klimaatzones vertoont kanna een periode van inactiviteit. Meestal duurt deze periode zo’n negen maanden. In deze fase heeft de plant weinig aandacht nodig. Een nieuwe, actieve periode wordt aangekondigd door het ontstaan van bloemen of nieuwe scheuten. In deze fase is meer aandacht gewenst.

Volgens Herbal Rush is het alkaloïdeniveau het hoogst tijdens de vruchtbare periode. Dit zou dus de beste tijd zijn om de plant te oogsten. Gericke en Viljoen (2008) citeren een lokale herder uit Namaqualand, die beweert dat de plant het krachtigst is ‘aan het eind van het seizoen als de meeste bladeren zijn afgestorven’.